Wat jij moet weten over je online privacy

Een Amerikaanse jongen gaat voor het eerst naar een homobar. Hij wil graag anoniem blijven en vertelt niemand wie hij is. Na met een paar mannen te hebben gepraat, gaat hij terug naar huis. De volgende ochtend opent hij Facebook en ziet daar drie vriendschapsverzoeken. Allen van mannen met wie hij niet gepraat heeft en waar hij geen gegevens mee heeft uitgewisseld. Bestaat privacy nog wel in een wereld waarin alles wat wij doen wordt geregistreerd, gemonitord en opgeslagen?

Onderzoeksjournalisten Dimitri Tokmetzis (D) en Maurits Martijn (M) doen daar al jaren onderzoek naar en schrijven in hun boek Je hebt wel iets te verbergen over online privacy en welke gegevens je allemaal weggeeft en aan wie. En, belangrijker nog, welke ingrijpende gevolgen dat kan hebben. Metro vraagt de mannen wat jongeren moeten weten over hun online privacy en hoe ze die beter kunnen beschermen.

Hoe kan het dat die jongen toch op Facebook gevonden wordt?

M: Facebook maakt gebruik van jouw locatiegegevens, onder andere om dus vriendschapsvoorstellen te doen. Voor zo’n jongen is het een enorme stap om voor de eerste keer naar zo’n bar te gaan. Dat was zijn reden om anoniem te blijven, maar dat ben je tegenwoordig gewoon niet meer. En dat is fucked up, want de meeste mensen weten helemaal niet dat zulk soort dingen gebeuren.

D: Dat geldt eigenlijk voor social media in het algemeen. Er gebeurt van alles waar wij geen weet van hebben. Ons (klik)gedrag wordt constant gebruikt om je te leren kennen en om patronen in je leven te ontdekken. Ook via WhatsApp bijvoorbeeld.

Maar WhatsApp is toch beveiligd?

M: De inhoud van de berichten is veilig, door de end-to-end-encryptie kan niemand meekijken met wat je stuurt. Maar WhatsApp is wel van Facebook en dat gebruikt de zogenoemde metadata van WhatsApp waardoor ze wel je gedrag tot in den treure kunnen analyseren. Ze spelen daar bijvoorbeeld op in met advertenties.

D: Je kunt het zien als het verschil tussen afluisteren en schaduwen. Stel dat je iemand de hele dag schaduwt en noteert met wie hij praat, waar hij is en wat hij doet. Juist dat soort informatie zegt meer over iemand dan de inhoud van communicatie, want die is totaal contextloos.

M: Je weet dan bijvoorbeeld hoe laat iemand opstaat, welke weg hij aflegt als hij naar zijn werk gaat, met wie hij het meest contact heeft.

Maar waarom is het interessant om te weten wanneer ik opsta, welke route ik afleg en hoeveel contact ik heb met iemand?

M: Dus je hebt niets te verbergen?

D: Voor advertenties bijvoorbeeld, maar het wordt ook gebruikt door instanties als verzekeringen. Je wordt aan de hand van je data ingedeeld in categorieën. Mensen die dan voldoen aan een bepaald leefpatroon, staan bijvoorbeeld bekend om het veroorzaken van schade of verlies. Dat is misschien nog een ver-van-je-bed-show, maar het kan zijn dat ze je dan geen verzekering aanbieden.

M: Die risicoprofielen veranderen, op dit moment behoor jij waarschijnlijk niet tot een risicoprofiel maar misschien over tien jaar wel. Wij kunnen ons niet voorstellen dat de wereld op een bepaald punt verandert. Dat het nu zo is dat we misschien wel daadwerkelijk niks te verbergen hebben, en dat dat over vijf jaar heel anders kan zijn. We leven in een wereld waarin alles wat wij doen, wordt geregistreerd, gemonitord en wordt opgeslagen. Onze gegevens liggen ergens.

Beseffen jongeren dat?

D: Jongeren zijn zich niet altijd bewust van de gevaren van internet en de gegevens die ze blootgeven, maar ze handelen hierin vaak wel beter dan ouderen. Het grootste gevaar zit in de gegevens die je onbewust achterlaat en dat beseffen de meeste mensen niet.

M: Het is vooral belangrijk dat jongeren erbij stil staan dat niks meer verdwijnt. Denk bijvoorbeeld aan Snapchat: veel jongeren hebben het idee dat die foto’s na tien seconden ook daadwerkelijk verdwijnen. Dat is dus niet zo. Die foto’s verdwijnen misschien wel uit jouw zicht, maar niet van de servers van het bedrijf in Amerika.

D: Dat is ook zo met Twitter en Facebook. Je kunt je tweets of posts verwijderen, maar er zijn veel bedrijven die geld betalen voor die verwijderde info. Alles wordt gearchiveerd en daar geef je ook toestemming voor door akkoord te gaan met de voorwaarden. Als ik een foto plaats op Facebook dan mag Facebook die gewoon gebruiken.

Op welke manier kan Facebook dan gebruik maken van foto’s?

M: Nou, je hebt Facebook in principe toestemming gegeven om je foto’s aan derden te verkopen. Het zou dus best kunnen dat jouw foto ineens als advertentie op een bus in Amerika geplakt wordt. Je kunt er dan geen geld voor vragen want je hebt er indirect toestemming voor gegeven, ook al heb je echt niet gezegd „Ja, plak mij maar op die bus!’’.

D: Het is belangrijk om te beseffen dat je voor deze platforms als jongere echt een product bent. Onze data en onze persoonlijke info worden verkocht aan adverteerders. Dat zijn de echte klanten, want daar verdient Facebook geld mee.

Kun je iets doen om je tegen dit soort dingen te beschermen? 

D: Nadenken over wat je post online. Bij het plaatsen van foto’s van anderen is het ook handig om hun toestemming te vragen. Ik ben zelf heel blij dat er nog geen sociale media waren toen ik jong was. Ik heb ook hele gênante dingen gedaan waarvan ik heel blij ben dat maar 1 of 2 mensen het weten en dat er geen foto’s van zijn. En als er foto’s van zijn, dan zijn het maar twee exemplaren die ergens op een zolder liggen te vergelen.

M: Ook kun je beter betalen voor de diensten die je gebruikt. Bij de gratis varianten betaal je altijd door middel van data.

D: Een derde tip is om een adblocker zoals YouBlock te installeren die je cookies en advertenties blokkeert en zorgt dat bedrijven geen informatie van jou kunnen verzamelen. Het is niet alleen ter bescherming van jezelf maar het geeft ook een signaal af waarmee je zegt ‘Ik wil dit niet’. Je kunt ervoor kiezen om functionele cookies wel te accepteren om te zorgen dat een site niet vastloopt.

M: Ook is het slim om geen gebruik meer te maken van gratis wifi-netwerken. Iedereen heeft een eigen databundel met een hotspot. Je kunt ook een vpn gebruiken, een soort privé-internet dat veiliger is en ook je cookies blokkeert. Het is dan ook niet mogelijk om met je wachtwoorden aan de haal te gaan, dat kan wel via een openbaar netwerk.

D: D: Dat is ook een belangrijke: het instellen van een goed wachtwoord. En het gebruiken van een ander wachtwoord bij elke dienst. Als iemand namelijk eenmaal jouw wachtwoord heeft, komt hij overal binnen als je overal hetzelfde wachtwoord gebruikt. Om die wachtwoorden te onthouden is het handig om te werken met wachtwoordmanagers, bijvoorbeeld LastPass. In principe hoef je dan maar 1 lang wachtwoord te onthouden, daarmee unlock je de wachtwoordmanager.

Kunnen we nog wel met een gerust hart online actief zijn?

D: Ja, het is echt niet nodig om paranoïde te worden. Mensen worden vaak angstig van wat we schrijven, maar heel veel van die technologieën helpen ons ook. Het leven is er zeker makkelijker op geworden; ik gebruik ook graag een navigatie-app op mijn telefoon. Doe wat je kunt om jezelf te beschermen maar leef je leven nog wel leefbaar. Als je maar weet dat als je iets echt verborgen wil houden, je het sowieso niet online moet doen, ook al denk je dat je afgeschermd bent.

Gepubliceerd bij Metro – dossier online privacy

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *